//Oprichter Evan van der Most kijk terug op tien jaar DIG IT UP

Oprichter Evan van der Most kijkt terug op 10 jaar DIG IT UP 

Het is dit jaar tien jaar geleden dat stichting DIG IT UP werd opgericht. Er is in die jaren veel gebeurd en bereikt. Maar wat was nu precies de aanleiding om DIG IT UP op te richten? Fede Claes sprak met oprichter Evan van der Most over die voorgeschiedenis en het vervolg. 

“Hi Evan, zou je wat willen vertellen over jezelf en waarom je DIG IT UP hebt opgericht?

“Toen ik een jaar of achttien was moest je verplicht in dienst, maar ik ben een alternatieve dienstplicht gaan vervullen bij een Rotterdamse kunststichting. Daar kwam ik terecht bij het Lijnbaan Centrum, een experimentele tentoonstellingsruimteIk kwam er in contact met een aantal bouwkunde studenten uit Delft die een coöperatieve werkgemeenschap hadden opgericht bij de Esch. Ik werd er op een gegeven moment directeur van theater HAL 4 en ben er dertig jaar werkzaam geweest. In 2009, tijdens de crisis, werd dit gesloten. Alles lag op zijn gat en er kon helemaal niks meer. Toen ben ik me gaan ontfermen over het archief van HAL 4. Dat heb ik allemaal op orde gemaakt, ontdubbeld en op chronologische volgorde gezet. Ik heb alles gescand om het te behouden en vervolgens over te dragen aan het Stadsarchief Rotterdam. Daar ben ik uiteindelijk tien jaar mee bezig geweest en voor dat werk besloot ik om DIG IT UP op te richten.

“Interessant! Wat was HAL 4 precies?”

“HAL 4 was een theater annex concertzaal, waar ik vanaf 1979 theatervoorstellingen heb uitgebracht. Van hiphop tot aan het media-evenement ‘Digital Playground’, dat jongeren kennis liet maken met de creatieve kant van de computer en hen ook bewust maakte van het internet. Maar naast theater heb ik ook veel concerten georganiseerd met artiesten zoals Bauhaus, The Cure en Nick CaveAchteraf gezien hebben we wel een enorme geschiedenis gemaakt. Hopelijk kunnen al het archiefmateriaal zoals posters, beleidsplannen en jaarverslagen van HAL 4 nog in OmekaS zetten zodat de inhoud ook echt beschikbaar is voor onderzoekers. Daarom hebben we ook het boek over dertig jaar HAL 4 uitgebracht, zodat het materiaal voor de eeuwigheid is vastgelegd.

”Hoe ben je eigenlijk op de naam DIG IT UP gekomen?”

”We waren heel erg op zoek naar een naam die te maken had met opgraven. Toen kwam ik op de naam DIG IT UP. Daar zit dan ook nog de woordgrap in met ‘digital’ en het bestuur was gelijk razend enthousiast.

”En waren er toen DIG IT UP werd opgericht ook soortgelijke instellingen in Nederland?

”Nee, volgens mij niet. Je had wel archieven die vanuit de gemeente en de overheid werkten. En verder had je verschillende stadsmusea die zich ook wel bezighielden met archiveren. En daarnaast heb je allerlei clubjes met postzegelverzamelaars of liefhebbers van vintage auto’s. Toen besefte ik dat we daar niet alleen in stonden. En zelfs op internationaal niveau, bij UNESCO, kwam er veel meer belangstelling voor het ‘community archiving’. Maar landelijk denk ik dat we toch wel uniek zijn omdat we niet afhankelijk zijn van gemeentelijke archieven. Gemeentelijke archieven zijn vaak wat algemener en wij kunnen veel spontaner en directer op de actualiteit ingaan.

”Want wat is community archiving?”

”Community archiving is eigenlijk de geschiedenis bewaren en toegankelijk maken van een community. Bijvoorbeeld de Queer community of molenliefhebbers, noem maar op.

 

”Wat maakt jullie dan zo spontaan en actueel?”

”Wihebben de Rotterdamse Zoldervondsten geïntroduceerd. Dus wij riepen Rotterdammers op om materiaal van zolders of uit de kelder beschikbaar te maken en met elkaar te delen. Op dat moment raakte ook het Stadsarchief erbij betrokken. We hebben het fysieke erfgoed nadat we het hebben gedigitaliseerd overgedragen aan het Stadsarchief.

”Wat was de eerste noemenswaardige tentoonstelling van DIG IT UP?”

”We hebben eerst een aantal jaren alleen digitaal gewerkt en in de loop van de tijd zijn we beeldmateriaal gaan verzamelen van Wederopbouw-erfgoed uit het Baankwartier. Die foto’s hebben wij uitvergroot en in leegstaande etalages in de buurt opgehangen. Daar kwam opgegeven moment veel reactie op en het trok veel bezoekers. Later kwam er een dubbel winkelpand aan de Schiedamsedijk leeg te staan en werden wij door de eigenaar gevraagd of wij daar tijdelijk de etalages konden opfleuren. Daarna is onze doorbraak eigenlijk begonnen en konden we fysieke tentoonstellingen en lezingen organiseren. Je merkte dat de betrokkenheid van de Rotterdammers veel groter werd en mensen kwamen ook langs om materiaal af te leveren.

”Zijn er ook gebeurtenissen waar jullie tegenaan zijn gelopen?”

”De belangrijkste uitdaging is natuurlijk de financiering. Je probeert de vaste lasten zo laag mogelijk te houden. Veel fondsen zijn niet bereid om salarissen, huisvestingskosten of zelfs hardware te dekken maar alleen in de tentoonstelling ansich. Dus dat was wel een uitdaging en daarom is het een riante positie dat wij voor de komende vier jaar basissubsidie uit het Cultuurplan krijgen.” 

2021-03-04T15:08:06+00:00februari 22nd, 2021|Uncategorized|

Leave A Comment